Taskforce for Applied Research
otherUtrecht, Utrecht, The Netherlands
Research output, citation impact, and the most-cited recent papers from Taskforce for Applied Research (Netherlands). Aggregated across the NobleBlocks index of 300M+ scholarly works.
Top-cited papers from Taskforce for Applied Research
In dit artikel presenteren we de uitkomsten van een grootschalig praktijkgericht onderzoek naar de relatie tussen gezinshuisouders en ouders van jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen. De volgende onderzoeksvraag was daarbij leidend: Welke aanpak om tot een constructieve samenwerkingsrelatie te komen tussen ouders en gezinshuisouders, in de zorg en opvoeding van een jongere die niet meer thuis kan wonen, kan worden ontleend aan theorie en praktijk? Het onderzoek bestaat uit vier fasen waarin achtereenvolgens: 1) een verkenning is gedaan naar wat samenwerking constructief maakt; 2) een verdieping is gedaan door naar concrete samenwerkingsituaties te kijken; 3) is geverifieerd of de analyse van de eerste twee fases voldoende verklaring biedt voor constructieve samenwerking en wat belangrijke bestanddelen zijn van een aanpak waarin samenwerking centraal staat; 4) In de laatste fase zijn de uitkomsten gevaloriseerd door te komen tot een aanpak: een relationele route tot gedeeld opvoederschap.
Hoe bestrijden we energiearmoede die ontstaat in de private huursector? Hoe versterk je de cyberweerbaarheid van het mkb? En hoe kunnen we afgeschreven windmolens hergebruiken als nieuw bouwmateriaal? Het zijn slechts drie van de talloze voorbeelden van actueel praktijkgericht onderzoek aan hogescholen. Onderzoek dat direct is verbonden met grote maatschappelijke opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van energie, klimaat, technologisering en kansengelijkheid. Voor die opgaven hebben we nieuwe kennis nodig die we snel kunnen omzetten in nieuwe producten en oplossingen. Het praktijkgericht onderzoek aan hogescholen is daarvoor een onmisbare schakel tussen fundamenteel onderzoek en onze samenleving.
Het plan van aanpak voor het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap & Samenleving.
De auteurs pleiten in dit artikel voor tijdige en adequate ondersteuning van gezinnen van ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB), ter voorkoming van langdurige trajecten in het gedwongen kader en van bedreiging van de psychosociale ontwikkeling van de kinderen. Ouders met een LVB hebben recht op adequate hulp bij de opvoeding van hun kinderen. In de praktijk zien we echter vaak kortdurende, niet passende hulp, en veel terugval van het gezin, wat uiteindelijk vaak uitmondt in hulp in het gedwongen kader. De auteurs pleiten voor preventieve continue duurzame ondersteuning in samenhang met periodes van intensievere hulp op maat van het gezin.
Bewijs voor effectiviteit of ineffectiviteit van de inzet van leervoorkeuren op leerresultaten ontbreekt. Op basis van kennis over het toepassen van de theorie van leerstijlen lijkt het voor het leerrendement niet zinvol om onderwijsaanbod aan te passen aan leervoorkeuren. Mogelijk is er wel een belangrijke relatie tussen voorkennis en leervoorkeuren.
Om het onderwijs meer inzicht te geven in de effecten van programmeeronderwijs op CT van leerlingen is deze reviewstudie uitgevoerd. De resultaten kunnen onderwijsontwikkelaars en docenten helpen bij het maken van keuze over de wijze waarop programmeeronderwijs kan worden ontworpen om CT van leerlingen te bevorderen. In deze reviewstudie worden drie onderzoeksvragen beantwoord. Onderzoeksvragen 1 Welke evidentie is er dat programmeeronderwijs bijdraagt aan de ontwikkeling van computational thinking skills bij kinderen tussen 4 en 18 jaar (primair en voortgezet onderwijs)? 2 Onder welke condities kan deze ontwikkeling het beste worden gerealiseerd? 3 Welk instrumentarium is er beschikbaar om de ontwikkeling ten aanzien van computational thinking skills in kaart te brengen? Deze studie bouwt verder op een eerdere NRO-reviewstudie van Jeuring, Corbalan, Van Es, Van Leeuwestein en Van Montfort (2016), maar hier ligt de focus niet alleen op het primair onderwijs maar ook op het voortgezet onderwijs, en het gegeven dat niet alleen wordt gekeken naar de effecten op programmeren, maar op een breder palet van computational thinking skills.